Packet-radio staat min of meer voor de communicatie tussen computers waarbij gebruik gemaakt wordt van het frequentiespectrum. De onbemande packet-radio experimenten worden in twee hoofdgroepen ingedeeld: het netwerk en de applicaties.
Netwerk-componenten
Onbemande packet-radio stations die gezamenlijk het experimentele packet-radio netwerk vormen, worden de netwerk-componenten (ook wel nodes of knooppunten) genoemd. Een netwerkcomponent bestaat uit twee delen: De interlink waarmee de verbinding onderhouden wordt met één of meerdere andere netwerk-componenten (hierdoor wordt feitelijk het netwerk gevormd) en de gebruikerstoegang, ook wel gebruikerspoort of Local Access Point (LAP) genoemd.
Applicaties
Onbemande packet-radio stations, die een gebruikers-faciliteit/-service middels een speciaal daarvoor ontwikkeld computerprogramma ter beschikking stellen, worden applicaties genoemd. Een bekende applicatie is de mailbox (ook wel Bulletin Board System, BBS genoemd). Ook een applicatie bestaat uit twee delen: De gebruikerspoort(en) die bemande stations de gelegenheid biedt deel te nemen aan het experiment en de link waarmee de applicatie gekoppeld wordt aan het experimentele packet-radio netwerk. Via dit netwerk kunnen t.b.v. de experimenten twee of meerdere onbemande applicaties met elkaar communiceren.
Voor onbemande packet-radio stations zijn in verschillende banden frequenties beschikbaar. De beperkte beschikbare ruimte in de verschillende bandsegmenten maakt het noodzakelijk voor deze experimenten vastgestelde regels of een dekkingsplan te volgen.
Looptijd en tarief
Aanvullende toestemming wordt verleend voor een termijn van maximaal drie jaar. De toestemming kan worden verlengd, tenzij er binnen een periode van twaalf tot zes maanden voor afloop van de aanvullende toestemming een andere aanvraag is ontvangen voor dezelfde frequentieruimte. Is dit niet het geval dan kan de gebruiker schriftelijk een verzoek indienden om te verlengen. Aan het gebruik van de frequentieruimte zijn kosten verbonden.
Beschikbaarheid
De beschikbare frequentieruimte voor experimenten is beperkt. Het kan dan ook voorkomen dat de door u gewenste frequentieruimte al in gebruik is door een andere zendamateur. Kijk in het overzicht of de frequentieruimte beschikbaar is of wanneer u een aanvraag kunt doen voor deze ruimte.
2 meter band (144 – 146 MHz)
In de 2 meter amateurband zijn experimenten met onbemande packet-radio stations (lap's en applicaties) toegestaan volgens onderstaande indeling:
|
Kanaal
|
Frequentie (MHz)
|
|
0
|
APRS 144.8000
|
|
1
|
144,8125
|
|
2
|
144,8250
|
|
3
|
144,8375
|
|
4
|
144,8500
|
|
5
|
144,8625
|
|
6
|
144,8750
|
|
7
|
144,8875
|
|
8
|
144,9000
|
|
9
|
144,9125
|
|
10
|
144,9250
|
|
11
|
144,9375
|
|
12
|
144,9500
|
|
13
|
144,9625
|
|
14
|
144,9750
|
70 cm band (430 – 440 MHz)
In de 70 cm amateurband zijn experimenten met onbemande packet-radio stations (lap's en applicaties) toegestaan. Voor duplex digipeaters is voor de ingangen de frequentieband 430,4000 - 430,5875 MHz (APRS 430,5125 MHz) beschikbaar. De uitgangsfrequentie voor deze digipeaters ligt 9,4 MHz hoger dan de ingang dus in de frequentieband 439,8000 - 439,9875 MHz. Voor simplex digipeaters is frequentieruimte beschikbaar in de frequentieband 430,6000 - 431,0250 MHz. Hieronder staat de kanaalindeling en de daarbij behorende frequenties.
Duplex (430,4000 - 430,5875 MHz en 439,8000 - 439,9875 MHz)
| Kanaal |
Ingangsfrequentie(MHz)
|
Uitgangsfrequentie(MHz)
|
|
PD50
|
430,400
|
439,800
|
|
PD50X
|
430,4125
|
439,8125
|
|
PD51
|
430,425
|
439,825
|
|
PD51X
|
430,4375
|
439,8375
|
|
PD52
|
430,450
|
439,850
|
|
PD52X
|
430,4625
|
439,8625
|
|
PD53
|
430,475
|
439,875
|
|
PD53X
|
430,4875
|
439,8875
|
|
PD54
|
430,500
|
439,900
|
|
PD54X
|
430,5125 APRS
|
|
PD55
|
430,525
|
439,925
|
|
PD55X
|
430,5375
|
439,9375
|
|
PD56
|
430,550
|
439,950
|
|
PD56X
|
430,5625
|
439,9625
|
|
PD57
|
430,575
|
439,975
|
|
PD57X
|
430,5875
|
439,9875
|
Simplex (430,6000 - 431,0250 MHz)
|
Kanaal nr.
|
Frequentie (MHz)
|
|
PS01
|
430,600
|
|
PS01X
|
430,6125
|
|
PS02
|
430,625
|
|
PS02X
|
430,6375
|
|
PS03
|
430,650
|
|
PS03X
|
430,6625
|
|
PS04
|
430,675
|
|
PS04X
|
430,6875
|
|
PS05
|
430,700
|
|
PS05X
|
430,7125
|
|
PS06
|
430,725
|
|
PS06X
|
430,7375
|
|
PS07
|
430,750
|
|
PS07X
|
430,7625
|
|
PS08
|
430,775
|
|
PS08X
|
430,7875
|
|
PS09
|
430,800
|
|
PS09X
|
430,8125
|
|
PS10
|
430,825
|
|
PS10X
|
430,8375
|
|
PS11
|
430,850
|
|
PS11X
|
430,8625
|
|
PS12
|
430,875
|
|
PS12X
|
430,8875
|
|
PS13
|
430,900
|
|
PS13X
|
430,9125
|
|
PS14
|
430,925
|
|
PS14X
|
430,9375
|
|
PS15
|
430,950
|
|
PS15X
|
430,9625
|
|
PS16
|
430,975
|
|
PS16X
|
430,9875
|
|
PS17
|
431,000
|
|
PS17X
|
431,0125
|
|
PS18
|
431,025
|
23 cm band (1240 –1300 MHz)
In de 23 cm amateurband zijn experimenten met onbemande (duplex) packet-radio stations (lap's en applicaties) toegestaan volgens onderstaande indeling:
|
maximale bandbreedte 150 kHz.
|
|
Kanaal nr
|
Ingangsfrequentie (MHz)
|
Uitgangsfrequentie: (MHz)
|
|
RH01
|
1241,075
|
1295,075
|
|
RH02
|
1295,150
|
1241,150
|
|
RH03
|
1241,225
|
1295,225
|
|
RH04
|
1295,300
|
1241,300
|
|
RH05
|
1241,375
|
1295,375
|
|
RH06
|
1295,450
|
1241,450
|
|
RH07
|
1241,525
|
1295,525
|
|
RH08
|
1295,600
|
1241,600
|
|
RH09
|
1241,675
|
1295,675
|
|
RH10
|
1295,750
|
1241,750
|
|
RH11
|
1241,825
|
1295,825
|
Simplex
|
Maximale bandbreedte 25 kHz
|
|
Kanaal
|
Frequentie (MHz)
|
|
P1
|
1241.925
|
|
P2
|
1241.950
|
|
P3
|
1241.975
|
|
P4
|
1242.000
|
|
P5
|
1295.925
|
|
P6
|
1295.950
|
Duplex
|
maximale bandbreedte 50 kHz
|
|
Kanaal nr
|
Ingangsfrequentie: (MHz)
|
Uitgangsfrequentie: (MHz)
|
|
RS29-
|
1270,725
|
1242,725
|
|
RS30
|
1270,750
|
1298,750
|
|
RS31-
|
1270,775
|
1242,775
|
|
RS32
|
1270,800
|
1298,800
|
|
RS33-
|
1270,825
|
1242,825
|
|
RS34
|
1270,850
|
1298,850
|
|
RS35-
|
1270,875
|
1242,875
|
|
RS36
|
1270,900
|
1298,900
|
|
RS37-
|
1270,925
|
1242,925
|
|
RS38
|
1270,950
|
1298,950
|
|
RS39-
|
1270,975
|
1242,975
|
|
RS40
|
1271,000
|
1299,000
|
Interlink verbindingen
Het slagen van de verschillende soorten applicatie-experimenten is sterk afhankelijk van het functioneren van een landelijk dekkend experimenteel packet-radio netwerk. Dit netwerk wordt feitelijk gevormd door de gezamenlijke interlink-delen van netwerkcomponenten, ook wel interlink-nodes genoemd. Deze linkstations zenden tussen de 1240 – 1241 MHz en ontvangen op 1299 – 1300 MHz of omgekeerd. Om met een minimum aan frequenties toch een landelijke dekking te krijgen is ervoor gekozen om voor (semi)duplexgebruik een dekkingsplan op te stellen. In het plan zijn voor 18 plaatsen interlink-nodes gepland (zie de kaart ). De exacte opstelplaatsen mogen in de praktijk enigszins afwijken van locaties zoals aangegeven op het kaartje zolang geen afbreuk wordt gedaan aan de uitgangspunten van het netwerk. Op de frequenties zijn geen gebruikerspoorten toegestaan.
Uitgangspunten bij de bepaling van de dekkingsgebieden
- Twee netwerk-componenten die onderling een verbinding onderhouden, mogen niet in hetzelfde bandsegment zenden of ontvangen.
- Voor beide bandsegmenten (1240-1241 en 1299-1300 MHz) geldt een kanaalafstand van 50 kHz.
- Applicatie-experimenten (zoals BBS'en en DX-clusters) zijn afhankelijk van het landelijk dekkend experimentele netwerk. Een netwerkcomponent dat deel uitmaakt van dat netwerk moet daarom binnen een straal van ten hoogste 25 km rondom de in kaart vermelde plaatsen gesitueerd zijn.
- Een netwerk-component dat deel uitmaakt van het experimentele netwerk wordt geacht alle in de kaart getoonde verbindingen te kunnen onderhouden.
- In verband met aansluitingen van dit Nederlandse netwerk op buitenlandse packet-radio netwerken is het toegestaan extra nodes te configureren om niet in conflict te komen met frequentie-indelingen en/of protocollen.
- In voorkomende gevallen geldt bij het in bedrijfstellen van een applicatie een overgangsperiode van zes maanden. Tijdens deze overgangsperiode mag de informatiestroom tussen de onbemande experimenten via het netwerk-opstappunt verlopen. Om verstoring van het overige amateurverkeer te voorkomen mogen er echter maximaal twee van dit soort verbindingen tegelijkertijd in werking zijn.
- Onbemande opstappunten voor het netwerk (LAP's) en applicaties op dezelfde frequentie moeten op tenminste 120 km afstand van elkaar staan.
- Onbemande opstappunten voor het netwerk (LAP's) en applicaties met een verschilfrequentie van 12,5 kHz moeten op tenminste 60 km van elkaar staan.
- Uitgaande van de twee laatstgenoemde punten is het werkingsgebied van de onbemande opstappunten ongeveer 40 km. Een uitgestraald vermogen van 20 watt ERP zal in de meeste situaties voldoende zijn.