Radiozendamateurs gebruiken een radioroepnaam om zich tijdens radioverbindingen te identificeren. Radioroepnamen bestaan uit twee letters en een cijfer (de prefix; PA t/m PI), gevolgd door minimaal één en maximaal drie letters (de suffix). Radioroepnamen mogen binnen bepaalde grenzen zelf worden gekozen.
Prefix
Bestaat uit 2 letters (PA t/m PI) en een cijfer. Voor de letters geldt:
- PA t/m PH voor individuele radiozendamateurs
- PI voor specifieke experimenten en voor verenigingen, onderwijsinstellingen en overige instellingen die in het kader van de ontwikkeling van de radiowetenschap experimenteren op de amateurbanden ·
Voor het cijfer geldt:
- 0 t/m 5 en 7 t/m 9 voor individuele radiozendamateurs
- 4 voor verenigingen van radiozendamateurs
- 5 voor onderwijsinstellingen·
Suffix
Bestaat uit minimaal één en maximaal drie letters. De volgende combinaties worden niet uitgegeven:
- SOS
- de lettercombinaties QOA t/m QUZ